In Nederland, het land van efficiënte polders en strakke planningen, zou je verwachten dat overheidsaanbestedingen soepel verlopen. Toch stapelen de mislukkingen zich op sinds 2020, vaak door een mix van bureaucratische rigiditeit, marktomstandigheden en slechte voorbereiding. Deze column duikt in enkele opvallende gevallen, met de redenen waarom ze de mist ingingen. Het resultaat? Miljoenen verspild belastinggeld en vertraagde publieke diensten.
Neem de renovatie van de Van Brienenoordbrug, een cruciaal infrastructureel project van Rijkswaterstaat. In 2024 werd de aanbesteding op het laatste moment ingetrokken, nadat slechts één consortium overbleef. De redenen: een ongunstige risicoallocatie voor aannemers, een gebrek aan een level playing field en een te star contractmodel (UAV-GC met vaste prijs). Marktsignalen over deze problemen werden genegeerd, ondanks waarschuwingen tijdens de procedure. Minister Harbers noemde het consortium zelfs 'hebzuchtig en onbetrouwbaar', wat de relaties met de bouwsector schaadde. Uiteindelijk kon het werk niet 'sober en doelmatig' worden uitgevoerd tegen een redelijke prijs, met excessief laag bieden als excuus voor intrekking. Dit illustreert hoe overheidsaanbestedingen vastlopen door inflexibele eisen in een krappe markt.
Een ander debacle speelt zich af in de ICT-sfeer, waar de overheid notoir slecht presteert. In Groningen werd in 2024 een nieuw IT-systeem voor het sociaal domein stopgezet, met een strop van 6,2 miljoen euro. Redenen? Typische valkuilen: overschatte haalbaarheid, complexe eisen en waarschijnlijk gebrek aan een agile aanpak. Soortgelijke problemen teisterden de Omgevingswet, die in 2021 werd uitgesteld tot juli 2022 vanwege ICT-fiasco's. De software bleek vol bugs, integratie mislukte en de deadline werd meermaals verschoven uiteindelijk tot 2024. Hier speelt mee dat overheden vaak te ambitieus zijn, zonder realistische pilots of marktdialogen.
De coronapandemie verergerde alles. Tijdens COVID liepen aanbestedingen vast door vraaguitval, hogere kosten en leveringsproblemen, zoals bij openbaar vervoer en medische supplies. Een voorbeeld is de Haagse gasaanbesteding, waar eerdere mislukkingen (uit 2017-2018) leidden tot een noodcontract met Gazprom in 2020, ondanks groene ambities. Redenen: fouten in prijsberekeningen, gebrek aan transparantie en juridische uitdagingen door belangenverstrengeling.
Waarom gebeurt dit steeds? Overheden worstelen met complexe regelgeving, die innovatie remt en risico's oneerlijk verdeelt. De markt is overspannen: stijgende materiaalkosten en personeelstekorten maken biedingen riskant. Bovendien ontbreekt het vaak aan dialoog met leveranciers vooraf, wat leidt tot onrealistische specificaties.
Toch gloort er hoop. Recente jurisprudentie en adviezen pleiten voor flexibelere procedures, zoals concurrentiegerichte dialogen na mislukkingen. Maar zolang bureaucratie (rechtmatigheid) prevaleert boven pragmatisme (doelmatigheid) blijft de belastingbetaler betalen voor falen. Tijd voor een reset: meer marktinbreng, minder rigiditeit. Anders blijft Nederland steken in een cyclus van tenders die stranden.