De actieve ETF is in opkomst, maar is daar wel een markt voor? Die vraag hangt als een lichte mist boven de beleggingswereld. "De ETF-industrie is op een kantelpunt beland," stelde BlackRock onlangs in de Financial Times. Het klinkt als een waarschuwing én een uitnodiging tegelijk. Maar kantelpunten zijn zelden eenduidig.
Jarenlang was de ETF het toonbeeld van eenvoud: passief, goedkoop, transparant. Een instrument dat de markt volgt, niet probeert te slim af te zijn. Die belofte – lage kosten en voorspelbaarheid – maakte ETF's onweerstaanbaar voor zowel particuliere als institutionele beleggers. En juist daarom wringt het nu: een "actieve ETF" klinkt bijna als een oxymoron.
Toch groeit dit segment snel. Actieve ETF's combineren het jasje van de ETF met de belofte van actieve beslissingen: selectie, timing, risicobeheer. In theorie het beste van twee werelden. In de praktijk rijst de vraag of beleggers hier echt op zitten te wachten, of dat de industrie vooral zichzelf probeert te vernieuwen.
Want laten we eerlijk zijn: actieve fondsen bestaan al decennia. Ze hadden – en hebben – een ETF-verpakking niet nodig om waarde toe te voegen. Wat ze wél nodig hadden, was een antwoord op structurele kritiek: hogere kosten, wisselvallige prestaties en beperkte transparantie. De ETF-structuur lost een deel van dat probleem op. Dagelijkse handelbaarheid en vaak lagere kosten zijn aantrekkelijk. Maar daarmee is de kernvraag nog niet beantwoord: waarom actief, als passief zo goed werkt?
Hier raakt BlackRocks kantelpunt aan iets fundamentelers. De ETF-industrie is volwassen geworden. De eenvoudige, brede indexproducten zijn gemeengoed. Groei moet nu komen uit niches, varianten en toegevoegde complexiteit. Actieve ETF's zijn in dat licht minder een revolutie dan een logische volgende stap in productdifferentiatie.
De markt, daarentegen, is minder abstract. Beleggers stemmen met hun geld. En die stem is ambivalent. Aan de ene kant is er honger naar maatwerk: ESG-filters (Environmental, Social & Governance), factorstrategieën, risicobeheer in onzekere tijden. Aan de andere kant blijft kostenbewustzijn dominant. Elke extra basispunt moet worden uitgelegd, elke actieve keuze gerechtvaardigd.
Daar zit de paradox. De belegger die overtuigd is van actief beheer, kiest vaak voor een vertrouwde fondsstructuur en een bekende beheerder. De belegger die gelooft in ETF's, gelooft meestal ook in passiviteit. De overlap tussen die twee groepen bestaat, maar is kleiner dan marketingbrochures suggereren.
Betekent dit dat actieve ETF's gedoemd zijn te mislukken? Nee. Maar hun succes zal selectief zijn. Strategieën waar transparantie geen strategisch nadeel is, waar liquiditeit cruciaal is en waar kosten daadwerkelijk lager uitvallen, hebben een reële kans. De rest loopt het risico een oplossing te zijn voor een probleem dat de belegger niet voelt.
Het kantelpunt waar BlackRock op wijst, is dus minder een massale verschuiving dan een moment van waarheid. De ETF-industrie kan niet eindeloos groeien op eenvoud alleen. Maar complexiteit om de complexiteit is evenmin een duurzame strategie. De actieve ETF zal zijn plaats vinden – niet als opvolger van de passieve reus, maar als specialist in een overvolle gereedschapskist.
De markt is er. Maar ze is kritischer, selectiever en minder geduldig dan ooit. En misschien is dat precies wat deze kanteling nodig maakt.