Er was een tijd dat crypto vooral iets was voor tech-evangelisten, libertariërs en daghandelaren met stalen zenuwen. Bitcoin steeg, stortte in, herrees en herhaalde dat ritueel met een bijna religieuze regelmaat. Fascinerend, maar voor de gemiddelde consument volstrekt onbruikbaar. Wie wil er nu zijn huur betalen met een munt die morgen ineens twintig procent minder waard kan zijn?

En dan: de stablecoin. De nuchtere broer in een verder nogal hysterieke familie. Geen wilde koerssprongen, geen raket-emoji's op sociale media, maar een belofte van rust: één munt is één dollar. Of euro, in theorie. Crypto-dollars dus, die de snelheid en grensloosheid van blockchain combineren met de voorspelbaarheid van traditioneel geld.

Dat idee slaat aan. De cijfers liegen niet: van 29 miljard naar 149 miljard dollar aan marktwaarde in één jaar. Dat is geen hype meer, dat is infrastructuur in wording. En precies dát verklaart waarom toezichthouders in de Verenigde Staten en Europa nu wakker worden.

Want stablecoins stellen een ongemakkelijke vraag: wat is geld eigenlijk? Als grote techbedrijven, beurzen of zelfs anonieme stichtingen massaal digitale dollars uitgeven die wereldwijd circuleren, wie heeft er dan nog de regie? Centrale banken? Overheden? Of de algoritmes en reserves van private spelers?

Tot nu toe balanceerden toezichthouders tussen negeren en waarschuwen. Maar stablecoins zijn te saai geworden om te negeren – en juist daardoor te gevaarlijk om ongereguleerd te laten. Want stabiliteit is geen natuurwet, maar een belofte. En beloften moeten waargemaakt kunnen worden. Is elke digitale dollar echt gedekt? Wat gebeurt er bij paniek? Wie vangt de klappen op als het vertrouwen wegvalt?

Het ironische is dat stablecoins juist ontstonden uit wantrouwen tegen traditionele financiële systemen. Nu lijken ze datzelfde systeem te spiegelen – inclusief regels, toezicht en vangrails. Misschien is dat onvermijdelijk. Geld dat iedereen kan gebruiken, moet ook door iedereen begrepen en gecontroleerd kunnen worden.

De grote vraag is niet óf stablecoins gereguleerd worden, maar hoe. Te streng, en innovatie verdwijnt. Te slap, en de volgende financiële schok dient zich aan, dit keer in digitale vorm. De kunst is een middenweg te vinden waarin stablecoins hun belofte kunnen waarmaken: niet de revolutie, maar de evolutie van betalen.

Misschien betalen we over tien jaar onze koffie met crypto-dollars. Misschien ook niet. Maar één ding is zeker: zodra geld stabiel wordt, wordt macht zichtbaar. En daar kijken toezichthouders altijd met extra belangstelling naar.